Genoeg geklaagd over de onexactheid van mijn opleiding (tot zover, in elk geval
) – nu ook eens een post over een onderwerp dat wél in de spotlights staat: communicatie!
De arts-patiënt communicatie is tenslotte van levensbelang voor de patiënt en zijn behandeling. Het begint met het ‘gesprek’ – de anamnese, waarin de patiënt de gelegenheid krijgt om te vertellen wat zijn klacht is, en de arts zich een beeld kan vormen van wat er mis is. Hier komt een heel scala van gesprekstechnieken bij kijken: enerzijds wil je zoveel mogelijk te weten komen over de ‘ziekte’, anderzijds wil je de patiënt ook niet uit het oog verliezen, want als die zich niet gehoord voelt, schiet je nog niets op.
Stel dat iemand heel erg bang is dat hij/zij kanker heeft, en jij geeft hem niet de gelegenheid om dat te vertellen, dan kan het zijn dat die persoon bezorgd blijft (want jij kon er niet specifiek op ingaan). Of stel dat een patiënt eigenlijk een andere, meer gevoelige klacht heeft, en jij geeft die persoon niet het idee dat hij jou kan vertrouwen, dan schiet hij er dus nog niets mee op. En jij ook niet, want die patiënt kan blijven terugkomen.
Er moeten dus allerlei vaardigheden worden geleerd: systematisch uitvragen, leren kijken naar (non)verbale signalen en daar adequaat op reageren, een hulpvraag uitvragen zonder dat het ‘raar’ lijkt, enzovoorts. Dat doen we in de communicatie practica die de afgelopen paar weken één keer per week 2 uur waren.
In deze practica oefenen we op elkaar (de ene persoon speelt arts, de andere persoon speelt patiënt) en soms met simulatiepatiënten. Afgelopen keer was ik de eerste die het ging doen, en het is op zich best spannend, maar goed. Patiënten zijn helemaal niet eng.
Het enige wat ik wel lastig vind, is dat je aan zoveel moet denken. Je moet een hele waslijst vragen stellen, je moet op de patiënt letten qua lichaamstaal, ingaan op wat hij zegt – én je hebt maar tien minuten! Maar goed, daar zijn die practica dus voor, om te oefenen.
Wat zijn jullie ervaringen met communicatiepractica?